Basisprincipe CT
Computertomografie, in het medisch jargon meestal afgekort tot CT, is een methode van onderzoeken van het menselijk lichaam met gebruik van röntgenstraling. De röntgenbuis die in de CT-scan zit, draait 360° (helemaal rond) rond de patiënt en maakt het zo mogelijk om beelddoorsneden van de patiënt te maken. Stelt u zich een brood voor en u kijkt naar een uiteinde van dat brood. Naarmate u elke snede verwijdert, ziet u het volledige oppervlak van die snede, van het midden tot de korst. Op CT-scanbeelden ziet het lichaam er op dezelfde manier uit, van de huid tot het midden van het lichaamsdeel dat wordt onderzocht. De resultaten kunnen op het beeldscherm worden bekeken en/of op film worden afgedrukt. Uit de resultaten kan de computer ook een driedimensionale weergave van het onderzochte lichaamsdeel weergeven.
De nieuwste generaties CT-scanner zijn er in 2 speciale vormen:
Spiraal CT
Bij de gewone CT-scan worden de beelddoorsneden elk afzonderlijk gemaakt (stapsgewijs), bij een spiraal CT worden er continue beelddoorsneden gemaakt, terwijl de patiënt geleidelijk, maar in één keer, door de CT-scan wordt verplaatst. De spiraal CT is daarom veel sneller en performanter dan de gewone CT-scan.
Multislice spiraal CT
Dit is een CT-scan die werkt volgens het spiraal CT-principe, maar meerdere sneden per omwenteling maakt in plaats van 1 doorsnede. De snelheid en het detail van deze CT-scan is nog beter dan bij de gewone spiraal CT.
CT
De CT is een vierkante kast met een gat in het midden. De kast is ongeveer 2 meter hoog en 2 meter breed. De CT is ongeveer 50 cm diep. Het gat in het midden heeft een diameter van ongeveer 80 cm.
Contrastmiddel CT
Organen en vaten zijn, in tegenstelling tot het skelet, niet goed te onderscheiden op een röntgenfoto. Contrastmiddelen zorgen ervoor dat een orgaan of vat wel afgebeeld kan worden. De patiënt krijgt een jodiumhoudende contrastvloeistof ingespoten of bariumpap toegediend, afhankelijk van het betreffende orgaan. Met de contrastmiddelen die worden ingespoten worden de bloedvaten en nieren zichtbaar. Deze contrastmiddelen zijn niet geheel zonder bijwerking en worden daarom door de radioloog zelf toegediend. Een veel voorkomende bijwerking is een warmtegevoel dat meestal weer snel verdwijnt. Bariumhoudende contrastmiddelen kunnen geen kwaad en worden via natuurlijke weg uitgescheiden.
Afbeelding CT
CT levert beelden op van dwarsdoorsneden van de patiënt. Bij deze beelden heeft men geen last meer van organen die op dezelfde plaats in de afbeelding worden afgebeeld (overprojectie), zoals bij conventionele röntgentechnieken nog wel het geval is.
Doordat ons lichaam verschillende dichtheden heeft, is het mogelijk structuren van elkaar te onderscheiden. De computer geeft dit aan in grijswaarden. Maar aangezien het menselijk oog slechts een beperkt aantal grijswaarden van elkaar kan onderscheiden, kunnen longweefsel en botweefsel duidelijk in 1 plaatje worden weergeven. Deze organen hebben namelijk totaal andere weefseleigenschappen, waardoor de grijstintenschaal van wit naar zwart heel grof verloopt. Daarom wordt onderscheid gemaakt in een aantal ‘settings’: bot-, long- en weke delensetting, zodat de grijstinten fijner overlopen. Hieronder zijn de verschillende settings te zien
In ons ziekenhuis maken we gebruik van de multi-slice spiraal CT.

.jpg)